Mandalatekenen en een cirkelverdeling

Er zijn veel verschillende mandalawerkboeken die je op weg kunnen helpen bij het tekenen of schilderen van een eigen mandala. In cursusverband en tijdens mijn themaworkshops kun je meer tekenervaring opdoen en dieper op de materie ingaan. Maar ook nu kun je al beginnen. Je laat je daarbij inspireren door de verschillende suggesties die in dit werkboek staan aangegeven. In de cirkel kun je alle gedachten en gevoelens neerleggen door kleuren, vormen en symbolen in te tekenen of schilderen.
Daarbij werk je intuïtief vanuit het middelpunt naar buiten.

Als je van buiten naar binnen tekent dan werk je meer introspectief en gedachten bundelend. De mandala wordt afgewerkt met een sierrand waarmee het meditatieve verhaal als het ware wordt onderstreept. Het verloop en de ontwikkelingsweg bij het maken van een mandalatekening is: je leeft je uit, je leeft je in, je verheldert de vorm, je geeft er structuur  aan, je rond het af en geeft het een passende sierrand. Na afloop kun je de mandalavoorstelling en het symboolgebruik voor jezelf gaan duiden en in de groep aan elkaar voor ‘lezen’.

Om een zekere balans in je tekening te krijgen wordt de cirkel vaak vooraf als speelveld in segmenten verdeeld. Je kunt de cirkel in zoveel taartpunten verdelen als je maar wilt.Hulplijnen worden net als de icoontekening niet te hard aangezet, zodat ze eventueel na de opbouw van de tekening nog kunnen worden uit gegumd. Bij het spiegelend tekenen wordt dit regelmatig toegepast.Ook wordt er vaak gebruik gemaakt van het rechte en schuine kruis als onderverdeling.

De cirkelomtrek kan worden verdeeld met een passer of met een gradenboog waarop de gehele cirkelomtrek in graden staat af te lezen. Je kunt ook zelf een gradenboog – werkblad maken. Op dit overtrekvel staan alle graadverdelingen van de cirkel dan al ingetekend.

Mandalatekenaars maken soms bewust een bepaalde getalsverdeling van de cirkel, zoals op basis van de spirituele numerologie. Als je in een eigen mandala een borstbeeld of gelaat wilt tekenen, dan kun je gebruik maken van de werktekening van het gezicht. De ogen zijn in iconen meestal groot ingetekend en de neus en mond zijn summier met enkele eenvoudige lijnen aangegeven. Je kunt je al tekenend spiegelen aan de gezichten van een icoonvoorstelling, maar je kunt ook je eigen gezichtskenmerken opnemen in een mandalatekening. 

 

Terug naar de inhoudsopgave

Share on Facebook0Share on LinkedIn0Pin on Pinterest0Tweet about this on TwitterShare on Google+0